|
|

|
|
|
"(...)
Ook Waits' Temptation staat bij Seriese in het teken van heimelijke genoegens. Leo Bouwmeester completeert de stemming met een piepklein orgellijntje, dat suggestief om haar stem kronkelt. Into Temptation is een sterke c.d., met drie eigen stukken die in charme niets voor Serieses voorbeelden onder doen."
(...)
Over de c.d. Into Temptation (Brigadoon BIS 020). 1996
Uit: De Volkskrant, door Eric van den Berg
|
|
|

|
"Boeiende individualisten in Bug Band
In de hoogtijdagen van de Big Bands, tussen de twee wereldoorlogen, had je in de Verenigde Staten ruwweg twee soorten orkesten. Aan de ene kant die waarin de composities en arrangementen vooropstonden, zoals bij Ellington en Jimmie Luncefort, en aan de andere kant de wat lossere, door sterke solisten gedomineerde ensembles als die van Count Basie en Jay McShann.
De twee voornaamste grote formaties in Nederland weerspiegelen dat verschil in benadering. Het Jazz Orchestra of the Concertgebouw is een strak geleid geheel, dat complex uitgeschreven partijen vlekkeloos uitvoert. de Bug Band van Paul Stocker is een uitbundig gezelschap dat met relatief eenvoudiger materiaal een groot aantal boeiende individualisten aanvuurt.
Stocker, die het als Maiden Voyage Big Band begonnen orkest in 1983 overnam van de verongelukte Jeff Reynolds, is niet het type leider dat vanachter de lessenaar toeziet op de precieze weergave van de noten. Hij rent geregeld tussen de secties door om musici iets in te fluisteren en de voortgang te sturen met allerlei handgebaren. Dat kan te maken hebben met tijdnood, waardoor niet alle (vaak wisselende) leden van de groep even goed zijn ingespeeld, maar het draagt ook bij aan het spontane en levendige karakter van de muziek.
Het repertoire bevat veel lekker ouderwetse elementen, zoals pakkende riffs die de solisten naar grotere hoogten stuwen, blazers die elkaar opjuinen in een opwindende chase chorus, en gore, met het juiste vetgehalte gespeelde blues. De superieure ritmetandem Jacko Schoonderwoerd op bas en Martin van Duinhoven op drums laat de ritmes waar nodig smeulen of vlammen.
Maar hoewel het de orkestraties zeker niet aan verfijning ontbreekt - ook een verstild, veelgelaagd tone poem behoort tot de vocabulaire - zijn de persoonlijke bijdragen de grootste bron van genot.
Saxofonisten als Sean Bergin en Tobias Delius laten horen dat een avontuurlijke instelling heel goed samengaat met keihard swingen en een robuuste toon, terwijl de wat traditioneler ingestelde tenorist Barry Block de Lester Young-achtige elegantie vertegenwoordigt.
Trompettist Angelo Verploegen (die ook in het Jazz Orchestra zit) spettert en stuitert over de massieve achtergrondfiguren heen met hoorbaar genoegen, en pianist Leo Bouwmeester zorgt met subtiele, klaterende omspelingen voor verfrissende rustpunten.
Naast rechttoe-rechtaan jazz beheerst de Bug Band ook andere stijlen, met een exotischer ritmiek. Die komen ongetwijfelt nog sterker aan bod als ze later deze maand concerten wijden aan de liedjes van Fernando Lameirinhas of aan diverse Afrikaanse componisten."
Over Paul Stocker's Bug Band in het BIMhuis. juni 2001.
Uit: De Volkskrant, door Frank van Herk
|
|
|

|
"Sierlijke woordloze improvisaties bij Suzie Stern
De Amerikaanse zangeres Suzie Stern wilde haar publiek woensdag niet vertellen hoe lang ze al samenwerkt met haar saxofonist, want dat zou haar leeftijd verklappen.
Het was een onverwacht ijdel grapje van een vrouw die haar liedjes zong zonder opsmuk, met loshangend haar en in een zwarte spijkerbroek. Maar inderdaad, haar duetten met saxofonist Paul Ostermayer suggereerden een jarenlange muzikale band.
Stern's sierlijke, woordloze improvisaties werden door de New Yorkse blazer voorzien van een melodieuze tweede stem.
Op tenor bezit Ostermayer een licht bedeesd geluid, dat goed mengt met Stern's van nature zachtere stemgeluid. Zijn sopraansolo's versmolten haast met de lijntjes van pianist Leo Bouwmeester.
In Joe Henderson's Serenity en bekende standards als Seven steps to heaven vonden stem en sax elkaar in geinspireerde tweegesprekken.
Dat was voor een niet gering deel te danken aan de Nederlandse ritmesektie, met contrabassist Arjen Gorter en slagwerker Martin van Duinhoven, wiens hoekige klappen wonderwel samenvielen met Bouwmeester's gedegen akkoordenwerk.
Buiten het Kollektief is Gorter zelden te horen, maar in de Pompoen speelde hij mainstream-jazz alsof hij nooit anders doet. Stern luisterde geamuseerd naar zijn lange, robuuste improvisaties over Miles Davis' So What, het befaamde openingsnummer van de lp Kind of Blue.
Een uitgewogen versie van pianist Mal Waldron's Soul Eyes wees vooruit naar Waldron's optreden op het North Sea Jazz Festival: Gorter speelt daar zondag in diens kwartet.
In Pompoen is het gebruikelijk dat Amerikaanse solisten worden begeleid door nederlanders - met alle gevolgen vandien: in How high the Moon tuimelden Europese en Afro-Amerikaanse accenten vrolijk over elkaar heen. De Europese improvisatiemuziek heeft diepe sporen nagelaten in het ritme-tandem Gorter-Van Duynhoven, hun jazz wordt er alleen maar leuker van."
Over het Suzie Stern Kwintet in Pompoen. Amsterdam, juli 2001
Uit: De Volkskrant, door Remco Takken
|
|
|
|
"Amsterdams jazzleven
Inwendig gejuich in een Jordaan-cafe
It's a long way to the Bloemgracht, vooral als je uit Nunspeet komt. De pianist en de drummer zijn klaar om te beginnen in 't Geveltje, maar het wachten is op de bassist wiens Nunspeetse schnabbel is uitgelopen. Kroegbaas Hans Ruigrok, ook bassist, zou kunnen inspringen als hij er was. Maar hij komt nooit voor twee uur 's nachts en spelen doet hij hier nauwelijks meer sinds dit zijn zaak is geworden. De barman wijst hem aan op een muzikantenfoto aan de muur.
Tussen de jazzmusici hangen de drummer en de accordeonist van Manke Nelis, want is per slot ook een Jordaancafe.
Tegen half twaalf komt de bassist van dienst binnen en met de nu complete ritmesektie verplaatsen we ons naar het achterzaaltje.
Daar blaast tenorsaxofonist Kees Smit het muzikale vuur aan, en als hij op gang gekomen is krijgen we het altijd weer aardige schouwspel van een man die schijnbaar zonder adem te halen een chorus blaast. Een klarinettist mengt zich in het muzikale discours, Stan Haywood, die vanuit Engeland de weg naar de Bloemgracht gevonden heeft. Ha, een klarinet, die hoor je niet zoveel meer en het lage register is zo mooi.
Dan voegt zich bij de band een altsaxofonist die vanuit California in de Jordaan is beland, Barry Block, een meester van de opgetrokken noten. In All Blues komt iedereen thuis. Kees Smit buigt en hurkt om de blues omhoog te pompen en in mij ontstaat even een innerlijk gejuich als van een stadion bij een doelpunt.
Naast me zitten, aan de bielzentafels waarmee het achterzaaltje is gemeubileerd, wat jonge musici intussen ketting te roken. Ja, ik zou ook nerveus zijn als ik hierna aan de beurt was. De een neemt plaats achter de drums, de ander hangt een basgitaar om en een derde zet zijn mond op een altsax. Ze spelen een wat dichtere muziek dan de klassieke jazz die we net hebben gehoord en alles valt op zijn plek in Mercy,mercy. Ja, natuurlijk, ze zijn opgegroeid met funk.
Pianist Leo Bouwmeester, de sessieleider, verlaat de piano en bedient een meer bij funk passend elektronisch keyboard. Denk ik even. Maar het blijkt een Hammondorgel, de oermoeder van dit soort muziek. Jammer dat Kees Smit is vertrokken want de combinatie met tenorsax is klassiek. Tenorgel noemden we dat vroeger.
De grote vreugde van het groepje dat ik nu hoor is de drummer, Danny Katz, een jongen uit Israel. Hij speelt me mijn gedachten voor: sock it to me, sock it to me.
Dan gaan een paar meisjes aan de slag met Blue Monk. Aarzelend, ach ja, wat is een solo spelen eng.
In het outchorus komt Evert Hekkema binnen met een baritonhoorn. Hoor je anders nooit, boterzacht koper. En wie zien we daar nog meer binnenkomen? Altsaxofonist Paul Stocker, die vanuit California de Bloemgracht heeft bereikt. Daar snijdt hij om half drie, alleen begeleid door piano en bas, Love for sale aan. Langzaam en hard, net of je in een film zit."
Over een jamsessie in cafe 't Geveltje. (elke vrijdagavond). 2002.
Uit: Het Parool, door Martin Schouten
|
|
|
|
"Jeroen Willems' Brel: tour de force
Na een minuur of veertig is Jeroen Willems niet langer de Vlaamse vrouw met het ingedutte leventje, die bijna toonloos wat losse gedachten tegen haar schoothondje Bobby prevelt. Tot er ineens vier muzikanten binnenkomen. Zij plenst wat water over haar gezicht, het egale licht gaat uit,de spot gaat aan - en in die spot stapt de acteur, die net nog een vrouw was. De muziek zet in en hij begint te zingen: Les prenoms de Paris, in de vertaling van Ernst van Altena.
Eigenlijk bestaat de Oostpoolproductie Brel, de zoete oorlog uit twee voorstellingen. De eerste is een monoloog van Rudi Bekaert, over een vrouw met zo'n leven dat volledig tot stilstand is gekomen. Ze wacht op een telefoontje, ze wacht tot haar man thuiskomt, ze rookt en rookt en praat maar wat aan. Het is zelfs al te laat om nog fantasieen te hebben: "Ik droom allang niet meer. Van de pillen."
Tegen een achtergrond van grote vlakken Frans pensionkamerbehang speelt Jeroen Willems die vrouw met kalme berusting, met het soort finesse dat we nog van Joop Admiraal kennen. Erg spannend vind ik de tekst niet, maar Willems heeft niet veel nodig om een treffend beeld op te roepen van een burgelijk bestaantje waarin nooit meer iets te gebeuren staat.
En dat beeld zou vervolgens - dat is althans de bedoeling - moeten botsen op het repertoire van zo'n burgerschrik als Jacques Brel. Maar regisseur Rob Ligthert heeft gewoon een cesuur gemaakt, waarna het concert begint.
Stemmig en geheel in stijl begeleid door Leo Bouwmeester, Sanne van Delft, Victor de Boo en de Moldavische accordeonist Oleq Fateev, vertolkt Willems een handjevol Brel-liedjes, waarvan er enkele nieuw - en raak - werden vertaald door Rob Klinkenberg en Peer Wittenbolts van Toneelgroep Oostpool.
Jeroen Willems is een onzekere zanger, voor wie sommige noten te hoog gegrepen zijn. Tegelijk is hij echter een formidabel acteur, die mooi naar woorden zoekt en van elk nummer, met bijpassend stemgeluid, een monoloog weet te maken. Zo wordt Madeleine een aandoenlijk komisch hoogstandje, terwijl Laat me niet alleen zelden zo puur werd voorgedragen.
(........)"
Over de theatervoorstelling Brel, de zoete oorlog. 2004
Uit: NRC, door Henk van Gelder
|
|
|

|
"Stormloop op 'Brel' in Huis Oostpool
Er is een stormloop ontstaan op toegangskaarten voor de voorstelling Brel, de zoete oorlog van Toneelgroep Oostpool in Arnhem. Een groot aantal voorstellingen is al uitverkocht.
Deze week zitten alle avondvoorstellingen helemaal vol. Alleen voor de komende zondag - er zijn dan twee voorstellingen - zijn nog enkele kaarten beschikbaar. Ook voor de komende week vliegen de toegangskaarten de deur uit.
'Het gaat heel snel', aldus zakelijk leider Alex Kuhne van Oostpool. 'Dit hebben we nog niet eerder meegemaakt. De voorstelling Kleine luiden in het Nederlands Openluchtmuseum liep ook heel goed. Bij andere producties liep het vaak pas in de laatste week storm.'
Brel, de zoete oorlog is opgebouwd rond het repertoire van de Belgische chansonnier Jacques Brel. De bekende acteur Jeroen Willems zingt een aantal nummers van Brel. De voorstelling ging begin februari in premiere en is overladen met positieve recensies.
(...)"
Uit: De Gelderlander
|

leobouwmeester@live.nl
<> |
|